Lezingen van de dag
zo ma di wo do vr za
1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31


Lezingen van 14 mei 2021

Feest van de heilige Mattias, apostel


Volgens de Handelingen der apostelen kozen de elf apostelen tussen Hemelvaart en Pinksteren een andere getuige van Jezus' verrijzenis tot nieuw lid van het Apostelcollege. Gehoor gevend aan een profetie uit psalm 109 ('Een ander neme zijn ambt over') besloten zij dat Mattias, die door loting werd aangewezen, de plaats van Judas Iskariot moest innemen. Over Mattias is weinig bekend. Volgens verscheidene legenden werd hij geboren in Bethlehem en behoorde hij tot de Stam van Juda. Hij predikte na Pinksteren het Woord in Judea. Matthias zou daarbij vele genezingen en bekeringen tot stand hebben gebracht. Dat wekte de toorn van de Hoge Raad der Joden in Jeruzalem, die hem tot de dood door steniging en onthoofding veroordeelde. Andere overleveringen zeggen dat Mattias ook in Griekenland predikte; weer andere zeggen de Kaukasus (ArmeniŽ) of EthiopiŽ. Zijn relieken zouden door keizerin Helena, de moeder van de eerste Romeinse christenkeizer, uit het Heilig Land zijn overgebracht naar Rome en later naar Trier.


Eerste lezing: Uit de Handelingen der Apostelen, 1, 15-17. 20-26.
In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders - er was een groep van ongeveer hondertwintig personen bijeen - en sprak: Mannen broeders, het Schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de heilige Geest door de mond van David tevoren gesproken heeft over Judas, die de gids is geworden van hen die Jezus gevangen namen. Hij behoorde tot ons getal en had aan dit dienstwerk zijn deel gekregen. Er staat immers geschreven in het boek der psalmen: Zijn woonplaats worde een woestenij en niemand wone er meer; en ook: Een ander neme zijn ambt over. Dus moet een van de mannen die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde, vanaf het doopsel van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen, met ons een getuige worden van zijn verrijzenis. Men stelde er twee voor: Jozef ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus, en Mattias. Toen baden zij als volgt: Gij, Heer, die aller harten kent, wijs degene aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt, waaraan Judas ontrouw werd om heen te gaan naar zijn eigen plaats. Toen liet men hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.


Tussenzang: Ps. 113 (112), 1-2. 3-4. 5-6. 7-8.
Antifoon:De Heer plaatst de machtelozen
te midden der machtigen van zijn volk.

Verheerlijkt, dienaars des Heren,
verheerlijkt de Naam van de Heer.
De Naam van de Heer zij geprezen
vandaag en in eeuwigheid.

Van ochtendgloren tot avondrood
moet ieder die Naam aanbidden.
Want boven de volkeren troont de Heer,
zijn Glorie beheerst de hemel.

Wie is als de Heer onze God,
hoog boven de sterren gezeten?
Die van omhoog overziet
het hemelgewelf en de aarde.

Die machtelozen tilt uit het stof,
van vuilnishopen de armen weghaalt.
om hen in de kring van de vorsten te plaatsen,
te midden der machtigen van zijn volk.


Alleluia: Joh. 15, 16.
Alleluia. Ik heb u uitgekozen en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn. Alleluia.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 15, 9-17.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden, als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar u heb Ik vrienden genoemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van de Vader heb gehoord. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.