Lezingen van de dag
zo ma di wo do vr za
1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 29 30 31


Lezingen van 9 juli 2020

Feest van de heilige Martelaren van Gorcum


In het begin van de Nederlandse opstand tegen Spanje werden begin juli 1572 negentien katholieke geestelijken in Gorcum gevangen genomen. Zij werden door de watergeuzen naar Den Briel vervoerd. Daar probeerden de protestante strijders de priesters en kloosterlingen hun katholieke overtuiging af te laten zweren. Omdat ze weigerden hun gehoorzaamheid aan de paus en het geloof in de Werkelijke Tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie op te geven, werden de geestelijken langdurig gefolterd en bespot. Uiteindelijk werden ze op 9 juli opgehangen in een schuur van het St.-Elisabethklooster te Rugge. Meteen na hun dood roemden katholieke gelovigen de standvastigheid en de deugdzaamheid van de slachtoffers. De wreedheid waarmee ze waren vermoord, bezorgden de martelaren direct roem. In 1867 verklaarde paus Pius IX hen heilig. Delen van hun lichamelijke overblijfselen worden bewaard en vereerd in Brielle, Gorcum en sinds november 2005 in Vogelenzang (De Tiltenberg).
Hieronder volgen de namen van de martelaren.
Pastoor Lenaert van Veghel
Kapelaan Claes Poppel
Priester Govaerd van Duynen
Pater gardiaan Claes Pieck o.f.m
Pater Jeroen van Weert o.f.m
Pater Dirk van der Eem o.f.m
Pater Nicasius van Heeze o.f.m.
Pater Willehad de Deen o.f.m.
Pater Govaerd van Melver o.f.m.
Pater Antoon van Weert o.f.m.
Pater Antoon van Hoornaar o.f.m.
Pater Frans Roy o.f.m.
Broeder Pieter van Assche o.f.m.
Broeder Cornelis van Wijck o.f.m.
Pater Jan van Oisterwijk o.s.a.
Pater Jan van Keulen o.p.
Pater Adriaan van Hilvarenbeek o.praem.
Pater Jaak Lacops o.praem.
Pastoor Andries Wouters


Eerste lezing: Uit de tweede brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte, 4, 7-15.
Broeders en zusters,
Wij dragen een schat in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons. Wij worden aan alle kanten bestookt, maar raken toch niet klem; wij zien geen uitweg meer, maar zijn nooit ten einde raad; wij worden opgejaagd, maar niet in de steek gelaten; wij worden neergeveld, maar gaan er niet aan dood. Altijd dragen wij het sterven van Jezus in ons lichaam mee, want ook het leven van Jezus moet in ons lichaam openbaar worden. Voortdurend wordt ons leven aan de dood uitgeleverd om Jezus' wil, opdat ook het leven van Jezus zich zou openbaren in ons sterfelijk bestaan. Zo verricht de dood zijn werk in ons en het leven in u. Maar wij bezitten die geest van geloof waarvan de Schrift zegt: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken. Ook wij geloven en daarom spreken wij. Want wij weten, dat Hij die de Heer Jezus van de doden heeft opgewekt, ook ons evenals Jezus ten leven zal wekken, om ons tot zich te voeren, samen met u. Want alles gebeurt voor u: de genade moet zich in velen vermenigvuldigen, zodat steeds meer mensen dank brengen aan God, tot eer van zijn Naam.


Tussenzang: Ps. 126 (125), 1-2ab. 2cd-3. 4-5. 6.
Antifoon:Die onder tranen zaaien, oogsten met gejuich.

De Heer bracht Sions ballingen terug:
het was alsof wij droomden.
Toen lachten alle monden
en juichte elke tong.

Toen zei men bij de volken:
geweldig is het wat de Heer hun deed.
Geweldig was het wat de Heer ons deed,
daarom zijn wij zo blij.

Keer nu ons lot ten goede, Heer,
zoals een beek doet in de Zuid-woestijn.
Die onder tranen zaaien
zij oogsten met gejuich.

Vol zorgen gaan zij uit
met zaaizakken beladen;
Maar keren zingend weer
beladen met hun schoven.


Alleluia:
Alleluia. U, God, loven wij, U, Heer, prijzen wij. U looft het blanke heer der martelaren. Alleluia.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens MatteŁs, 10, 17-22.
In die tijd zei Jezus tot de twaalf: Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen. Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen. Maakt u echter, wanneer men u overlevert, niet bezorgd over het hoe of wat van uw spreken: op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden, de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen. Ge zult een voorwerp van haat zijn voor allen omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt, hij zal gered worden.