Lezingen van de dag
zo ma di wo do vr za
1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31


Lezingen van 5 december 2020

Zaterdag in de eerste week van de Advent

Eerste lezing: Uit de profeet Jesaja, 30, 19-21. 23-26.
Zo spreekt de Heer, de heilige God van IsraŽl: Volk van Sion dat in Jeruzalem woont, gij zult niet langer wenen: De Heer zal u genadig zijn, zodra Hij uw geweeklaag hoort; Hij zal u antwoorden, zodra Hij uw geroep verneemt. Hij zal u het brood der verdrukking schenken en het water der nood. Uw leraar zal zich niet langer verbergen, uw ogen zullen de Leidsman zien. En uw oren zullen een stem achter u horen die zegt: Dit is de weg, volg hem, waarheen hij u ook leidt. De Heer zal het laten regenen voor het zaad dat gij op uw akkers zaait; en het graan dat uw land voortbrengt zal voedzaam zijn en overvloedig. Op die dag zullen uw kudden grazen op onafzienbare weiden. En de ossen en de ezels die uw land beploegen zullen veevoer vreten met zout gemengd en met wan en gaffel gezuiverd. Van alle hoge bergen en alle hoge heuvels zal het water in beken naar beneden stromen, op de dag van de grote slachting, de dag dat de vestingen vallen. Dan zal het licht van de maan zijn als het licht van de zon, en het licht van de zon zal zeven keer zo sterk zijn op de dag dat de Heer de wonden van zijn volk verbindt en Hij de striemen geneest die Hij geslagen heeft.


Tussenzang: Ps. 147 (146), 1-2. 3-4. 5-6.
Antifoon:Gelukkig allen die de Heer verwachten.

Prijst nu de Heer, het is goed Hem te loven,
bezingt onze God, alle lof komt Hem toe.
De Heer bouwt de stad Jeruzalem op,
verzamelt IsraŽl uit de verstrooiing.

Gebroken harten geneest Hij weer,
Hij heelt alle bloedende wonden.
Hij die het getal van de sterren kent
en elk van hen roept bij zijn naam.

Verheven is Hij, onze Heer, en almachtig,
zijn wijsheid is onbegrensd.
De Heer verheft de vernederden
maar zondaars werpt Hij ter aarde.


Alleluia: Jes. 55, 6.
Alleluia. Zoekt de Heer, nu Hij zich laat vinden; roept Hem aan, nu Hij nabij is. Alleluia.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens MatteŁs, 9, 35 Ė 10, 1. 5-8.
In die tijd ging Jezus rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in de synagogen en de Blijde Boodschap verkondigde van het Koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas. Bij het zien van die menigte mensen werd Hij door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: De oogst is wel groot maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten. Hij riep zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen; gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van IsraŽl. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven.