Lezingen van de dag
zo ma di wo do vr za
1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31


Lezingen van 24 juli 2024

Woensdag in week 16 door het jaar

Vrije gedachtenis van de heilige Charbel Makhluf
Charbel (gedoopt Yoessef) Makhluf wordt op 8 mei 1828 geboren te Beqa Kafra in de Libanon. Zijn familie bestaat uit eenvoudige, gelovige, hard werkende mensen. Zijn vader is boer; een van diens zussen is kloosterzuster; daarnaast heeft Yoessef nog twee ooms die monnik zijn. Als hij drieŽntwintig is, geeft hij op zijn beurt te kennen monnik te willen worden. Hij treedt toe tot het Maronitische Onze-Lieve-Vrouweklooster te Maifuq en neemt de kloosternaam aan van Charbel naar een heilige uit de eerste eeuwen van het christendom.
Enige tijd later verhuist hij naar het verder af gelegen klooster St. Maron te Annaya. In 1851 legt hij zijn eeuwige geloften af en in 1859 wordt hij priester gewijd. Zestien jaar lang woont hij in de kloostergemeenschap. De laatste drieŽntwintig jaar trekt hij zich verder in de eenzaamheid terug om het leven te leiden van een kluizenaar. Toch weten ook daar de mensen hem te vinden. Dat gaat na zijn dood in 1898 onverminderd door: men komt bidden op zijn graf en vraagt voor allerhande noden om zijn voorspraak in de hemel.
Hij is heilig verklaard in 1977.


Eerste lezing: Uit de profeet Jeremia, 1, 1. 4-10.
De woorden van Jeremia, de zoon van Chilkia, een priester uit Anatot in Benjamin. Het woord van de Heer kwam tot mij: Voordat Ik u in de moederschoot vormde, koos Ik u uit; voordat ge geboren werd, bestemde Ik u voor Mij; als profeet voor de volken heb Ik u aangewezen. Ik zei: Ach, Heer, mijn God, ik kan niet spreken, ik ben veel te jong. Maar de Heer antwoordde: Zeg niet, ik ben veel te jong! Naar iedereen tot wie Ik u zend, moet gij gaan en alles wat Ik u opdraag, moet ge hun zeggen. Wees niet bang voor hen, want Ik ben bij u om u te redden, zo luidt de godsspraak van de Heer. De Heer stak toen zijn hand uit, raakte mijn mond aan en sprak tot mij: Ik leg hiermee mijn woorden in uw mond. Ik stel u heden aan over volken en over koninkrijken, om ze uit te rukken en af te breken, om ze te vernielen en te verwoesten, om ze op te bouwen en te planten.


Tussenzang: Ps. 71 (70), 1-2. 3-4a. 5-6ab. 15ab. 17.
Antifoon:Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen, Heer.

Tot U, Heer, neem ik mijn toevlucht,
stel mij toch nimmer teleur.
Gij zijt rechtvaardig, red en bevrijd mij,
luister en kom mij te hulp.

Wees mij een vluchtoord, een veilige plaats;
mijn rots en mijn burcht zijt Gij altijd geweest.
Bevrijd mij, mijn God, uit de handen der zondaars.

Want Gij, mijn God, Gij zijt mijn verwachting,
mijn hoop zijt Gij, Heer, sinds mijn vroegste jeugd.
Vanaf de moederschoot steun ik op U,
Gij waart mijn beschermer sinds mijn geboorte.

Ik zal uw rechtvaardigheid prijzen,
uw bijstand de hele dag.
Van jongsaf heb ik het ondervonden,
en nu nog prijs ik uw daden.


Alleluia: Mt. 11, 25.
Alleluia. Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen hebt geopenbaard aan kinderen. Alleluia.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens MatteŁs, 13, 1-9.
Op zekere dag had Jezus zijn huis verlaten en zat aan de oever van het meer. Toen verzamelde zich bij Hem een menigte, zů talrijk, dat Hij in een boot moest stappen om daar plaats te nemen, terwijl de hele menigte langs het strand bleef staan. Hij sprak tot hen over vele dingen in gelijkenissen. Eens - zo begon Hij - ging een zaaier uit om te zaaien. Bij het zaaien viel een gedeelte op de weg en de vogels kwamen het opeten. Een ander gedeelte viel op de rotsachtige plekken, waar het niet veel aarde had; het schoot snel op omdat het in ondiepe grond lag. Toen de zon was opgekomen, kreeg het te lijden van de hitte, zodat het verdorde bij gebrek aan wortel. Weer een ander gedeelte viel onder de distels en deze schoten op, zodat het verstikte. Een ander gedeelte tenslotte viel op goede grond en leverde vrucht op: deels honderd -, deels zestig -, deels dertigvoudig. Wie oren heeft, hij luistere.