Lezingen van de dag
zo ma di wo do vr za
1
2 3 4 5 6 7 8
9 10 11 12 13 14 15
16 17 18 19 20 21 22
23 24 25 26 27 28 29
30 31


Lezingen van 22 januari 2022

Zaterdag in week 2 door het jaar

Vrije gedachtenis van de heilige Vincentius, diaken en martelaar
De heilige van vandaag behoort tot de drie belangrijkste diaken-martelaren van de Westerse kerk in de oudheid: Stefanus van Jeruzalem, Laurentius van Rome en Vincentius, aartsdiaken van de kerk van Zaragoza (Spanje). Tijdens de christenvervolging onder keizer Diocletianus stierf hij na verschrikkelijke folteringen de marteldood te Valencia in 304. Al in de vierde eeuw maken de kerkelijke schrijvers Paulinus van Nola en St. Augustinus van Hippo melding van de verering van Vincentius. Het grootste deel van zijn gebeente werd in 1160 van Valencia naar Lissabon overgebracht.


Eerste lezing: Uit het tweede boek SamuŽl, 1, 1-4. 11-12. 19. 23-27.
In die dagen was David, die teruggekeerd was van zijn overwinning op de Amalekieten, reeds twee dagen in Siklag, toen daar op de derde dag een man aankwam uit het legerkamp van Saul. Hij had zijn kleren gescheurd en aarde op zijn hoofd gestrooid. Bij David gekomen, boog hij zich neer tot op de grond en bracht hem zijn hulde. David vroeg hem: Waar komt gij vandaan? Hij antwoordde: Ik ben ontkomen uit het legerkamp van IsraŽl. Daarop vroeg David hem: Wat is er dan gebeurd? Vertel het me. Hij antwoordde: Het leger heeft de strijd opgegeven en is op de vlucht geslagen. Velen van het volk zijn gesneuveld; ook Saul en zijn zoon Jonatan zijn dood. Toen greep David zijn kleed en scheurde het middendoor; dat deden ook al de mannen die bij hem waren. Ze hielden de rouwklacht en weenden en vastten tot de avond over Saul en zijn zoon Jonatan, en over het volk van de Heer, over IsraŽl, omdat zij door het zwaard waren omgekomen. En David sprak: Uw glorie, IsraŽl, ging op uw hoogten te gronde. Hoe konden zij vallen, die helden? Saul en Jonatan, zo geliefd, zo schoon, in leven en dood niet gescheiden, sneller dan arenden waren zij, sterker dan leeuwen. Dochters van IsraŽl, treurt over Saul die u kleedde in heerlijk purper n die uw gewaden tooide met goud. Hoe konden zij vallen, die helden? Jonatan ligt op uw hoogten, geveld in het heetst van de strijd. Zwaar drukt mij uw dood, mijn broeder Jonatan: gij waart mij zo lief; uw liefde verrukte mij meer dan de liefde van vrouwen. Hoe konden zij vallen, die helden; hoe konden die wapens vergaan?


Tussenzang: Ps. 80 (79), 2-3. 5-7.
Antifoon:Heer, lach ons weer toe en wij zullen gered zijn.

Herder van IsraŽl, hoor ons aan,
die Jozef leidt als een kudde;
die troont op de Kerubs, verschijnt met luister
voor EfraÔm, Benjamin en Manasse.
Werp uw macht in de strijd,
kom om ons bij te staan.

Hoelang nog toornt Gij, God van de heerscharen,
bij het gebed van uw volk?
Gij hebt het gespijzigd met tranenbrood,
gedrenkt met een vloed van tranen.
Buurvolken twisten om ons bezit,
en vijanden lachen ons uit.


Alleluia: Ps. 119 (118), 135.
Alleluia. Laat voor uw dienaar uw Aangezicht stralen, Heer, laat mij uw beschikkingen zien. Alleluia.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus, 3, 20-21.
In die tijd ging Jezus met zijn leerlingen naar huis en weer stroomde zoveel volk samen dat zij niet eens gelegenheid hadden om te eten. Toen zijn verwanten dit hoorden trokken zij erop uit om Hem mee te nemen, want men zei dat Hij niet meer bij zijn verstand was.