Informatie
Prof. Meijerslaan 20

Geknipt kerstverhaal

Het echte kerstverhaal staat in de Bijbel, Lucas 2.

Meer dan 2000 jaar geleden gaat Jozef met Maria, zijn verloofde, op weg naar de plaats waar hij geboren is in Bethlehem In Judea. Dat is bevolen door Augustus die toen keizer was. Iedereen moest zich laten inschrijven voor de volkstelling. Maria is hoogzwanger zij verwacht de Zoon van God. Ze is erg moe, want het is een heel eind lopen! Daarom zit ze op een ezeltje. Ze zoeken een hotelletje maar nergens is er plaats. Er zijn namelijk zoveel mensen naar Bethlehem gekomen! Ze vinden geen onderdak om te overnachten. Uiteindelijk mogen ze in een stal slapen. Daar staat ook een os en samen met de ezel houden ze zich warm. Die nacht wordt het Kindje geboren. De Zoon van God. Ze moeten hem Jezus noemen en Hij krijgt ook nog de namen Immanuel, Vredevorst, Zaligmaker. Hij zal de mensen verlossen van hun zonden.
Er zijn in het veld herders die op hun kudde schapen passen. Ineens worden ze opgeschrikt door een groot licht. Een engel komt uit de hemel en zegt dat ze niet bang moeten zijn maar blij omdat de Zoon van God is geboren. En een koor van engelen komt en zingt "Ere zij God. Vrede op aarde. God houdt van mensen." En ze moeten naar de stal gaan om te zien dat het waar is. Jozef heeft gauw wat stro in de voerbak gelegd en Maria heeft het kindje in een doek gewikkeld. Nu ligt het warm in de kribbe.
De herders gaan naar Bethlehem en vinden de stal omdat er een grote ster boven in de lucht te zien is. Dat hebben de engelen ook gezegd. Je zult het Kindje vinden door de ster te volgen. Later komen er ook magiërs en sterrenkundigen uit de oosterse landen. Het zijn Caspar, Melchior en Balthasar. Zij hebben ook de ster gezien en weten dat er een koningskind is geboren. Ze brengen geschenken mee: goud, wierook en mirre.


Naar deelnemende stallen